VKVisie
Tijdschrift van de Vrij-Katholieke Kerk in Nederland

Vorige Home Boven

Wat zei Jezus aan het kruis?

Herbert van Erkelens

In het Evangelie naar Marcus wordt het volgende aangrijpende verhaal verteld: 'En toen het zesde uur aangebroken was, kwam er duisternis over het gehele land tot het negende uur. En op het negende uur riep Jezus met luider stem: Elo´, Elo´, lama sabachthani? Dit betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Deze woorden hebben onze visie op de kruisiging enorm be´nvloed. Velen zijn van mening dat Jezus pas op dit moment echt mens is geworden. Hij werd volgens de katholieke dogmatiek als de Christus geboren, als de Zoon van God, maar pas nu, hangende aan het kruis, ervaart hij wat het is om mens te zijn. Hij is door God verlaten, zoals ook wij hier op aarde ons vaak door God verlaten voelen.

Maar heeft Jezus wel aan het kruis gezegd dat hij zich door God verlaten voelde? Lucas en Johannes vermelden deze woorden niet, terwijl Marcus bericht dat sommige omstanders van mening waren dat Jezus om Elia riep. Volgens het Evangelie van de heilige twaalven waren er nog weer anderen die zeiden: 'Hij roept de zon aan.' (82:20) Blijkbaar was dat 'Elo´' dat Jezus riep voor meerdere uitleg vatbaar. MattheŘs maakt er Eli van en vertaalt het net zoals Marcus als 'Mijn God.' Maar gek genoeg kan Elo´ ook met Helios, het Griekse woord voor zon, verbonden worden.

Daarom wordt in het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus verteld: 'En toen de zon weigerde te schijnen en de duisternis kwam, riep de Heer: 'Heloi, Heloi, lama sabachthani?' (Gij zon, gij zon, waarom hebt gij mij verlaten?). Het volk begreep de woorden die hij sprak niet: zij dachten dat hij de naam Elia uitsprak en zij zeiden: In zijn uur van nood roept hij om Elia; nu zullen we zien of hij komt.' (171:3-4)

De Zonnelogos
Ook de Rozenkruiser H. Spencer Lewis meent in Het mystieke leven van Jezus dat Jezus 'Heloi, Heloi' riep. Maar wat zou de rol van de zon in het leven van Jezus geweest kunnen zijn? En waarom zou hij zich door de zon verlaten hebben gevoeld? Alleen omdat het zo duister om hem heen was?

Op deze vragen kunnen antroposofen wel een antwoord geven, omdat zij de Christusgeest als de Zonnelogos, als de geest van de zon, opvatten. Deze Zonnelogos zou vˇˇr het leven van Jezus niet met de Aarde verbonden zijn geweest. Pas door het vergieten van het bloed van Jezus tijdens de kruisiging zou de Zonnelogos aan de Aarde toevertrouwd zijn. Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, is ook van mening dat Christus na Golgotha de geest van de Aarde is geworden:

'Sinds het gebeuren op Golgotha heeft de aarde weer de kracht in zich – geestelijk gezien – om zich met de zon te verenigen. Daarom zeggen we: in het geestelijke deel der aarde werd opgenomen, wat er voordien van buitenaf op neerstraalde, nl. de kracht van de Logos en dat kwam door het gebeuren op Golgotha. Wat leefde er vˇˇr die tijd in de aarde? De kracht, die van de zon op aarde neerstraalt. Wat leeft er sindsdien in de aarde? De Logos zelf, die door Golgotha de geest der aarde werd.' In dit verband merkt Steiner op dat met het gebeuren op Golgotha een donkere sluier rond de Aarde is weggenomen. De Aarde werd gehuld in licht en heel de wereld werd met de levenskracht van de Christus verrijkt.

Een prachtig symbool van deze verbinding tussen Kristos, Zonnelogos en de Aarde is het zogeheten Keltische kruis. Het Keltische kruis verschilt van het gewone christelijke kruis door de cirkelvorm die eraan toegevoegd is. Zo ontstaat bovenaan een in vieren gedeelde cirkel, het symbool van de Logos. Maar dit zelfde symbool wordt van oudsher het zonnekruis of het zonnerad genoemd. En in het centrum van het zonnerad hangt de gekruisigde Christus. Het Keltische kruis laat daarmee zien dat de Zonnelogos via de Christus verbinding met de Aarde heeft gekregen. Dat is typerend voor deze vorm van het christendom. En zo kan antroposoof Jakob Streit in zijn boek Zon en Kruis opmerken: 'Christus zelf is in het oudierse christendom de in de aardse wereld ge´ncarneerde, stralend lichtende logos, die de duisternis verlicht. Hij is de 'innerlijke, geestelijke zon' van de aarde.'

Hij leeft nog!
Het verslag van de kruisiging in het boek Herinneringen van Essenen van Anne en Daniel Meurois-Givaudan is met deze visie van de antroposofen in overeenstemming. Volgens dit Franse echtpaar, dat zijn eigen herinneringen als Essenen op schrift heeft gesteld, was de Zonnegeest van de Logos tijdens de doop in de Jordaan in Jezus neergedaald. Tijdens de kruisiging verliet de Logos hem weer. Er weerklonk plotseling een kreet. Daarop kwam er een ernstige diepzinnige zin uit de mond van Meester Jezus. Een Esseen zei: 'Hij roept de broeders van Helios! Waar zijn zij...?' 'Nee, nee!' antwoordde Nicodemus, het raadslid van het Sanhedrin dat een volgeling van Jezus was geworden. 'Wees stil... De Meester roept Kristos die hem verlaat! Open jullie ziel!' Blijkbaar was Nicodemus van mening dat de Christuskracht het lichaam van Jezus verliet op het moment dat deze riep: 'Gij zon, gij zon, waarom hebt gij mij verlaten?' Pas nu wordt deze zin helemaal duidelijk. Niet God had Jezus in de steek gelaten, maar de kracht die in hem was geweest, had hem op het hoogtepunt van het lijden verlaten.

Daarop kwam een soldaat met snelle schreden op Jezus af en plaatste heel precies de punt van zijn lans op de hoogte van zijn middenrif en drukte licht en heel even door. Hierdoor werd volgens Herinneringen van Essenen de mogelijkheid van verstikking vertraagd. 'Laat hem begaan!' hernam Nicodemus, 'die man weet wat hij doet. Hij is een van de onzen en handelt op bevel van de broeders van de Rode Aarde (Egypte). De Meester moet absoluut doorgaan met ademhalen.'

Vervolgens werd het aardedonker en de discipelen hoorden het galopperen van een paard. Een soldaat overhandigde een brief aan de Romeinse officier. Dit wordt eveneens verteld door Spencer Lewis. Keizer Tiberius bleek een speciaal bevel tot nader onderzoek te hebben gegeven. Maar de soldaat met de brief constateerde dat het al te laat was. Daarop werden de twee mannen ter rechter en ter linker zijde van Jezus van het leven beroofd.

Inmiddels was een onweer losgebarsten. Het werd door de Essenen opgevat als een teken van de Kristos aan Moeder Aarde. Onstuimig zou de Christusenergie de aarde van haar leed ontlasten. In dit noodweer wendde de Romeinse boodschapper zich tot een groepje Essenen onder wie Johannes, de moeder van Jezus en een van zijn broers. Hun gezichten waren asgrauw. Een wonderlijke gloed lag in de diepte van hun ogen. 'Zij willen de paal niet neerhalen!' riep Johannes uit. 'Ze zeggen dat ze willen wachten tot het onweer voorbij is. Dat is onmogelijk, broeders!'

Daarop weerklonk de stem van Jozef van Arimathea, nauwelijks hoorbaar, buiten adem: 'Alles is in orde, maak je niet ongerust...' Tegen moeder Maria zei hij zacht: 'Kom zuster, alles is in orde, ik verzeker het je...' Jozef begon bevelen uit te delen. Het lichaam van Jezus moest van de paal bevrijd worden, zelfs al moesten de Romeinse soldaten daarvoor omgekocht worden. Daarop keerde Johannes, die zich een ogenblik verwijderd had, haastig terug. Hij stond een tijdje sprakeloos met tranen in de ogen. Heel zacht kwam er een zinnetje over zijn lippen: 'De Meester.... het bloed loopt nog uit zijn wonden... hij leeft nog!'

Reiniging
Persoonlijk vind ik dit een van de meest aangrijpende passages uit Herinneringen van Essenen. Jezus heeft zijn taak volbracht zonder dat hij daarvoor zijn leven hoefde te offeren. Het klinkt ongelooflijk. Maar ook Spencer Lewis is van mening dat Jezus aan het kruis niet zijn levensgeest, maar de Heilige Geest aan de Vader teruggaf: 'Iedere mysticus zal begrijpen dat het opgeven van de Heilige Geest onmogelijk kan slaan op het opgeven van het leven, de vitaliteit of het levensbewustzijn.' Maar als Jezus niet gestorven is, wat is er dan met hem gebeurd?

Volgens Herinneringen van Essenen werd Jezus ernstig gewond naar de graftombe gebracht die door Jozef van Arimathea in de rotsen was aangebracht. Zijn wonden werden verzorgd door de beste heelmeesters uit Palestina. Terwijl hij 's nachts, gehuld in een lijkwade, in zijn graftombe lag, herstelde hij enigszins. 's Ochtends vroeg werd hij op een paard gehesen en door twee Esseense broeders uit Heliopolis naar een geheime plek aan de weg naar Galilea gebracht.

Die zelfde ochtend merkte een derde broeder uit Heliopolis op: 'Jullie dienen te weten dat Kristos zich niet meer onder ons bevindt. Hij heeft gisteren tijdens het uiterste lijden van de Meester, deze aarde verlaten. Hij is teruggegaan naar de oceaan van licht, die de Zijne is, na deze wereld gereinigd te hebben van het afval van de mensheid. Begrijp het goed, mijn broeders, jullie die de diepere natuur van de stoffelijke mens en van onze Aardemoeder kennen. Kristos heeft de monsters van vroegere mensheden in zich opgenomen om hen te transmuteren. Dat was nodig. Zij vergiftigden het hart van dit universum en zijn schepselen. Zij hielden hun opmars tegen die te zwaar was geworden. Het mysterie is in deze nacht volbracht. Kristos heeft gewild dat het levenslichaam van de Aarde in zijn geheel gereinigd zou worden. Daardoor is de etherisch menselijke ziel schoongewassen van vergif dat zij heeft gedestilleerd op de planeet sedert de tijden van het volk van Atl[antis]... en vroeger nog. De dichtheid van onze wereld en zijn vibraties zijn thans veranderd.'

Blijkbaar is dit het echte mysterie van de kruisiging geweest. Volgens de Kerk is Jezus aan het kruis gestorven en is hij ten derde dage uit de dood opgestaan. Maar volgens Herinneringen van Essenen heeft Jezus de kruisiging overleefd. Het ware mysterie had betrekking op de Kristos of de Zonnelogos. Deze had het levenslichaam van de Aarde in zijn geheel gereinigd, precies zoals Rudolf Steiner dat met zijn geestesoog heeft waargenomen. De kruisiging heeft dus heel direct met de Aarde te maken en met alle negativiteit die zich in haar etherisch lichaam had opgehoopt. De apostel Paulus schreef in feite al over de reiniging door Christus van de Aarde: 'Hij daalde af in de Aarde en voer vervolgens ten hemel, opdat Hij alle dingen zou kunnen vervullen met de Geest.' (Efez. 4:9)

Tegenwoordig vertoeft Paulus in de hemel en noemt hij zich Hilarion. Via het Amerikaanse medium Sylvia Moss Schechter heeft hij zijn eigen brieven herzien en van commentaar voorzien. Over deze passage in de brief aan de EfeziŰrs merkt Hilarion op: 'Christus ging door de rituele her-opvoering van het offer van de Koning, waarbij Zijn essentie, de meest innerlijke essentie van Zijn wezen, in de Aarde afdaalde en de Aarde Hem tot zich nam in een heilig huwelijk vanwaar Hij weer ten hemel voer in de hogere sferen. Opnieuw spreken we hier van de kern van de boodschap van de kruisiging: het huwelijk van het rijk van de geest met dat van de fysiek manifeste sfeer der vormen.'

Literatuur:

Levi H. Dowling, Het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus, Uitgeverij Schors, Amsterdam, 1982.

Hilarion, The Letters of Paul. A New Spiritual World View, Triad Publishers-Ashland, Oregon, 1989.

Anne en Daniel Meurois-Givaudan, Herinneringen van Essenen. Een ooggetuigeverlag over Jezus en de gemeenschap der Essenen, Ankh-Hermes, Deventer, 19973.

Het Evangelie van de heilige twaalven, Rozekruis-Pers, Haarlem, 19792.

H. Spencer Lewis, Het mystieke leven van Jezus, AMORC-Nederland, 19813.

Rudolf Steiner, Het Johannes-evangelie, Vrij Geestesleven, Zeist, 1973.

Jakob Streit, Zon en kruis. Van steenkring tot vroegchristelijk kruis in Ierland, Christofoor, Rotterdam, 1980.